HOME        SERIES        VERWACHT        AUTEURS        MANUSCRIPTEN        FORUMS


Jouw Zilverspoor

 Nieuws
 Voorproefjes
 In de schijnwerper
 Bonus materiaal
 Forums

Over Zilverspoor

 Over Zilverspoor
 Contact
 Alter Ego Press
 Link pagina

Boeken op maat

 Particulieren
 Bedrijven






U i t g e v e r i j   Z i l v e r s p o o r   •   P R E V I E W   •   W E E K   4 6,   2 0 1 1


In de wekelijkse preview geven we een voorproefje van de verschillende projecten waar we mee bezig zijn. Dit kan zijn in de vorm van concept art, schetsen, artwork maar ook teaser teksten, korte verhalen en interviews of artikelen.

Deze week in de preview:

Het tweede deel van hoofdstuk 1 van Kim ten Tusschers roman 'Geboren in Licht'.

Lees het eerste deel in de preview van vorige week door hier te klikken.



‘Lilith.’ Hij glimlachte naar haar.

Lilith stokte in haar beweging. Ondanks de littekens herkende ze de lijnen in zijn gezicht. Zijn jukbeenderen en zijn neus, het leek bijna of ze in een spiegel keek. Bijna, want hij had een baard en dat litteken in zijn gezicht.

Maar nee, dat kon niet. Die man had ze vermoord. Dat had Anukasan haar verteld.

‘Wie ben je?’

‘Ik ben Almor.’

Lilith liet de stok zakken en leunde erop. Ze schudde haar hoofd en probeerde na te denken terwijl ze haar blik over de sneeuwvlakte liet glijden. Ze werd gek door het eeuwige witte landschap, dat was het. Door de intense kou ging ze zich dingen verbeelden.

Ze voelde een hand op haar schouder. Haar stok vond weerstand toen ze hem in een reflex hief. Een tel later lag ze in de sneeuw. Lilith tastte naar de stok, maar de man schopte hem weg.

Hij keek even op haar neer voor hij zijn hand naar haar uitstak. ‘Het spijt me. Blijkbaar lijken we op elkaar, we reageerden hetzelfde.’ Hij glimlachte onwennig.

Lilith kwam zonder hulp overeind en klopte de sneeuw van haar kleding terwijl ze zei: ‘Je bent niet echt. Ga weg.’

‘Lilith…’ Hij schudde langzaam zijn hoofd. Toen brak er weer even een glimlach door op zijn gezicht. ‘Wat heerlijk dat ik eindelijk je naam kan noemen. Dat je eindelijk weer voor me staat. Tegelijkertijd is het zo vreemd. Je bent zoveel ouder dan...’

Hij legde zijn hand weer op haar schouder. Lilith zette een stap achteruit.

‘Ik dacht dat je dood was. Leeft mijn moeder ook nog?’

Hij schudde zijn hoofd. Hij opende zijn mond, slikte en sloot hem weer. ‘Maak eens wat te eten voor je vader,’ zei hij toen.

Lilith keek hem kort aan, waarna ze verward naar binnen ging. Almor scharrelde nog wat rond bij zijn slede voor hij haar volgde. Lilith gaf hem een kom met eten. Ze waste zich met het water dat ze daarvoor warm had gemaakt en nam zelf ook een kom. Zodra Lilith de eerste hap nam, had Almor zijn kom al half leeg.

‘Wat kom je doen?’ vroeg Lilith met volle mond.

Almor keek haar onderzoekend aan, waarna hij zijn schouders ophaalde. ‘Ik ben ruim drieëndertig jaar naar je op zoek geweest, maar ik heb nooit durven denken aan wat er zou gebeuren nadat ik je had gevonden.’ Hij zweeg abrupt en sloeg zijn ogen neer.

Lilith nam een hap. Kauwend gluurde ze naar Almor. Zijn gezicht was aan een kant stijf door het strakke litteken. Lilith dacht aan hoe Kasimirh haar had overgehaald om te doen wat hij van haar verlangde. Ze legde de lepel in de kom en keek naar het litteken aan haar rechterpols. Het was beter geweest als ze toen had doorgezet en zichzelf van het leven had beroofd. Dan had ze nooit het dorp aangevallen waar haar ouders op dat moment woonden.
Almor keek haar aan en wreef vluchtig over de beschadigde huid. Door het litteken vertoonde zijn gezicht weinig emoties, maar in zijn ogen kon ze verdriet en bitterheid lezen. Hij slikte het eten door. ‘Ik heb je gezien toen je aanviel. Op dat moment verloor ik alles. Mijn vrouw, maar ook de dochter zoals ik dacht dat ze was.’

Lilith knikte. Ze begreep precies wat hij bedoelde. Hij had verwacht een draak te zien die tegenstribbelde, maar in plaats daarvan zag hij een monster dat zonder aarzeling dood en verwoesting bracht.

‘Vertel eens iets over mijn moeder. Wat voor vrouw was ze?’ vroeg Lilith, waarmee ze probeerde het gesprek van onderwerp te veranderen.

Het werkte. Almor staarde glimlachend voor zich uit. ‘Ludmilla was geweldig. Ze betekende alles voor me.’

Lilith voelde dat hij haar na al die jaren nog steeds miste. ‘Anukasan vertelde me dat ze een muzikant was,‘ zei ze.

‘Ludmilla toverde altijd de prachtigste muziek uit de snaren, maar de muziek was voor haar een manier om te verhullen wat ze eigenlijk het liefste deed. Door de harp kon ze overal zonder argwaan te wekken binnenkomen. ’s Avonds speelde ze, overdag hielp ze de zieken.’
Liliths mond zakte open. ‘Ze was een genezeres?’ fluisterde ze.

Almor knikte trots. ‘Net als alle vrouwen in haar familie.’

Lilith trilde. Ze had niet alleen haar moeder vermoord, maar ook diens erfenis bezoedeld. Waar haar moeder leven had geschonken, bracht de dochter enkel dood. Ze roerde door haar eten, ze had ineens geen trek meer.

‘Wat ik me altijd heb afgevraagd...‘

Lilith keek voorzichtig op. Almor staarde voor zich uit en schudde zijn hoofd. Ineens keek hij haar aan. ‘Wist je... wist je toen dat we daar woonden?‘

Lilith stond op. Ze schudde wild haar hoofd en beet haar kaken op elkaar. ‘Ben je daarom gekomen?‘ siste ze tussen haar tanden door. Ze griste de kom uit haar vaders handen. ‘Geloof je echt...‘ Ze smeet de kommen van zich af.

Almor sloeg zijn handen voor zijn gezicht en bleef enkele ogenblikken zo zitten. Lilith leunde tegen de paal die de tent overeind hield. Zodra Almor zijn mond opende, liep ze naar buiten. Imiq volgde haar. Lilith knielde in de sneeuw en trok de hond tegen zich aan.

‘Lilith?‘

Lilith begroef haar gezicht in Imiqs vacht. Ze schudde haar hoofd.

‘Het spijt me,‘ zei Almor zacht. Hij bleef achter haar staan.

‘Hoelang heb je me gehaat omdat ik je vrouw heb vermoord?‘ vroeg Lilith zonder om te kijken.

Almor zweeg enkele tellen. Nauwelijks hoorbaar zei hij: ‘Er waren dagen dat ik je vervloekte en dagen dat ik om je huilde.‘ Hij trok haar overeind en legde zijn armen om haar heen. Lilith verstijfde. ‘Maar nu herinner ik me dat ik altijd van je heb gehouden.‘

Lilith duwde hem van zich af en liep de tent weer in. Ze rolde de huiden op en smeet ze naar buiten.

‘Was me maar nooit achterna gekomen,’ mompelde ze terwijl ze de slede naar buiten duwde.
‘Was je dan liever bij Seraph gebleven?‘ vroeg Almor.

Lilith schudde wild haar hoofd. Ze raapte haar spullen op en stapelde ze op de slede. ‘Je had toch een nieuw kind kunnen krijgen? Je had me gewoon moeten vergeten, dan had ik haar nooit... dan hadden Ludmilla en jij nu nog gelukkig samen geleefd.’

Almor keek haar hoofdschuddend aan, waarna hij haar hielp met het opvouwen van de zware lappen van de tent. ‘Misschien dat je het ooit begrijpt als je zelf kinderen hebt. Het enige wat we konden doen, was proberen je terug te vinden en hopen dat we op tijd waren om alles terug te draaien. Geen van ons had de moed om je op te geven.’ Hij legde het pakket op de slede en keerde zich naar haar om.

‘En toch was dat het beste geweest,’ zei Lilith.

Almor pakte haar schouders beet. Zijn greep was stevig. Lilith worstelde om los te komen, maar gaf al snel op. ‘Je weet niet hoe het was, Lilith. Je kunt daar niet over oordelen. We hebben je maar zeventien dagen gekend, maar het was genoeg om ons leven voor je te willen geven. Ludmilla deed dat en ik ben de dood nooit uit de weg gegaan om je te vinden en te beschermen. Ik zweer je dat ik dat ook nooit zal doen.’

‘Net gaf je nog toe dat je wraak wilde nemen,‘ beet Lilith hem toe.

Almor klemde zijn kaken op elkaar. Met de tranen in zijn ogen schudde hij zijn hoofd. Zodra hij haar losliet, spande ze de honden voor de slede. Terwijl ze weggleden, vroeg Almor haar waar ze naartoe ging.

‘Er woont hier ergens een draak.’

‘Wat wil je van hem?’

Lilith haalde haar schouders op. ‘Hopelijk ben ik daar veilig.’ Haar hand klemde zich om de buidel die aan een veter om haar nek hing. Daarin zat de fluit die Niul haar had gegeven en waarmee ze de draak kon roepen als ze ver genoeg over de vlakte had gereisd.

‘Ik ben nu bij je,’ zei Almor. ‘Ik zal je veilig houden.’

Lilith keek hem vanuit haar ooghoeken aan, waarna ze haar ogen neersloeg. ‘Toch moet ik naar hem toe,’ fluisterde ze.